Interessante lectuur
Studie over de stroombanden
Wat is een stroomband?
De stroomband of teletakt is van origine een Amerikaans product. De werking ervan is eenvoudig. In de band zijn twee elektrodes geplaatst, die via een aan de band bevestigde ontvanger in contact staan met een zender. Via deze zender (een klein kastje met een aantal knoppen) kan de instructeur of hondengeleider door een druk op de knop de hond op afstand een schok of een reeks schokken toedienen. De band wordt gebruikt voor het corrigeren van ongewenst gedrag.
Conclusies van de studie
- studie aan de universiteit van Utrecht heeft uitgewezen dat deze banden stress en pijn veroorzaken bij de hond;
- gedragsdeskundigen in binnen- en buitenland, dierenartsen en beloningsgerichte hondenscholen keuren het gebruik van deze dieronvriendelijke banden af;
- onoordeelkundig gebruik en opzettelijk misbruik kunnen ernstige nadelige gevolgen hebben voor het gedrag en welzijn van de hond;
- er bestaan voldoende diervriendelijke alternatieven om honden op te voeden;
- straffen en pijnigen is ethisch onaanvaardbaar en ondoeltreffend als opvoedingsmethode, zelfs bij probleemgedrag
Het onderzoek: opzet, resultaten en conclusies
Het onderzoek is uitgevoerd door de ethologen dr. M.B.H. Schilder en mevr. drs. J.A.M. van der Borg en had als doel het effect van de stroomband tijdens training op het gedrag en welzijn van honden te bepalen. Om dit effect op het welzijn van honden vast te stellen, werden zowel de gedragseffecten direct na de schok als eventuele later optredende gedragseffecten bestudeerd.
De directe gedragseffecten op het ontvangen van een schok werden onderzocht door (video)analyse van observaties van de training van 32 waak- en verdedigingshonden. Deze groep bestond hoofdzakelijk uit herderachtige intacte reuen (Mechelse Herders, kruisingen daarvan, Duitse Herders en 1 Rottweiler). In totaal ontvingen deze honden tijdens hun training 107 schokken. Na gedragsanalyses kwamen de onderzoekers tot de volgende resultaten: bij veel honden was een verlaging van de oor- en staartstand zichtbaar, gekoppeld aan hoog blaffen, gillen en janken, deinzen en karakteristieke kopbewegingen en het tonen van stress-signalen tongelen en pootheffen. De conclusie luidt dan ook: de directe reacties van deze 32 honden na het ontvangen van een schok duidden vooral op pijn, angst en stress.
De later optredende gedragseffecten werden vastgesteld door het gedrag van twee groepen honden met elkaar te vergelijken. De eerste groep omvatte 16 honden die tijdens voorgaande trainingen ervaring hadden opgedaan met de stroomband (stroomgroep); de tweede groep bestond uit 15 honden die nooit een schok hadden ontvangen (controlegroep). Alle 31 honden waren raszuivere Duitse herders en afkomstig uit werklijnen. Allen waren afgericht als verdedigingshond en, op drie na, in het bezit van het VH3 certificaat. Alle geleiders trainen bij een kringgroep die aangesloten is bij de Vereniging van fokkers en liefhebbers van Duitse Herdershonden (VDH). De stroom- en controlegroep kwamen zowel wat betreft leeftijd als verhouding tussen reuen en teven met elkaar overeen.
De geleiders van beide groepen honden werd gevraagd om een drietal oefeningen uit te voeren. Deze uitvoering werd opgenomen op video en later werden de beelden, soms zelfs in slowmotion, geanalyseerd. De oefeningen bestonden uit:
- gedurende twee minuten lopen aan de lijn (zonder commando's)
- een viertal eenvoudige appéloefeningen: volgen, zit en af vanuit beweging en hierkomen
- manwerk (verdedigingswerk)
Al deze oefeningen werden uitgevoerd op het eigen trainingsveld. Daarnaast werden het lopen aan de lijn en de appéloefeningen ook uitgevoerd op een voor de honden onbekende plaats, meestal een park. De observaties in het park dienden om de mogelijke effecten van de stroomband te bepalen buiten het eigen trainingsveld. Zowel stroom- als controlehonden zouden zich hier ontspannen moeten gedragen.
Tijdens het "vrij" lopen aan de lijn en de appéloefeningen droegen de honden uit de stroomgroep geen stroomband. Bovendien werden, om geen verwarring te krijgen met eventuele directe effecten van schokken, tijdens het manwerk alleen observaties gebruikt waarbij de honden uit de stroomgroep geen schok ontvingen.
Na analyse van de gegevens werd het volgende duidelijk: de stroomgroep vertoont op het trainingsveld tijdens het uitvoeren van alle oefeningen een lagere oorhouding dan de controlegroep. Bovendien tongelen zij vaker en laten vaker "pootheffen" zien tijdens de appéloefeningen. Ook loopt de stroomgroep vaker gedrukt tijdens het verdedigingswerk (rugtransport) dan de controlegroep.
Ook in het park blijkt de stroomgroep te verschillen van de controlegroep, en is ook hier weer consequent een lagere oorhouding en tongelen zij vaker tijdens de appéloefeningen.
De vergelijking van de controlegroep op het trainingsveld en het park laat verder geen verschillen zien. Echter de stroomgroep laat op het trainingsveld vaker pootheffen en bekaflikken zien dan in het park en ook de staarthouding was op het trainingsveld lager dan in het park.
Opmerkelijk is dat de waargenomen verschillen vooral gelden voor de oorstand en niet voor de staartstand. De stand van de oren lijkt dan ook een ander type emotie weer te geven dan de stand van de staart, althans in ieder geval bij deze groep Duitse herders. Weliswaar zijn deze verschillen klein, maar wel consistent, en na statistische toetsing blijkt het verschil tussen beiden niet op toeval te berusten (m.a.w. is significant). Daar een dergelijke houdingsverlaging alsmede het tongelen en het pootheffen in eerder onderzoek (Beerda e.a., 1997) in verband gebracht is met stress, geven de resultaten aan dat de stroomhonden onder een sterkere druk staan op het trainingsveld dan de controlehonden.
Naar aanleiding van deze resultaten kwamen Schilder en van der Borg tot de volgende conclusies: "Ondanks het feit dat tijdens manwerk sterke beloningen optreden in de vorm van het mogen 'jagen' en bijten van een pakwerker, geven de geschokte honden blijk de gekregen schokken als pijnlijk c.q. negatief te ervaren en te koppelen aan hun geleider. Tevens moet geconcludeerd worden dat de positieve effecten van de genoemde beloningen kennelijk niet de herinnering uitvagen aan de verkregen straffen. De aanwezigheid van en het lopen met de geleider geeft voor de honden aanleiding iets vervelends te verwachten, ook buiten het trainingsveld. Dit betekent, dat het ontvangen van schokken (of eventuele andere, in potentie zeer harde straffen) het latere gedrag beinvloedt, ook buiten het trainingsveld en op een veel later tijdstip. Deze uitkomst van het onderzoek suggereert dat het welzijn van de geschokte honden in het geding is, zeker waar het de directe nabijheid van de geleider betreft."
Terug naar boven.